Groeihormoontherapie
De productie van groeihormoon
Groeihormoon werd oorspronkelijk ontdekt als een eiwit in de hypofyse van ratten dat in laboratoriumonderzoek vooral (bot)groei bleek te bevorderen. Vandaar de naam groeihormoon. Dierlijk groeihormoon is bij de mens niet werkzaam, omdat de moleculaire structuur dermate anders is, dat het niet door menselijke receptoren voor groeihormoon wordt herkend. Aanvankelijk werd daarom groeihormoon verkregen uit hypofyseweefsel van overleden mensen. Na zuivering werd dit zogenaamde natieve groeihormoon gebruikt om patiënten met onvoldoende lengtegroei, door een tekort aan groeihormoon, te behandelen. Halverwege de jaren ‘80 van de vorige eeuw werd het mogelijk groeihormoon te produceren met behulp van zogenaamde recombinant-DNA-technieken. Hierbij worden bacteriën of andere niet-menselijke cellen aangezet om op grote schaal menselijk groeihormoon aan te maken. Het groeihormoon dat als medicijn wordt voorgeschreven, is daarom een biosynthetisch product dat dezelfde structuur heeft als menselijk groeihormoon.
Het toedienen van groeihormoon
Wanneer bij u of uw kind een tekort aan groeihormoon is geconstateerd, schrijft de kinderarts een groeihormoonpreparaat voor om het tekort aan te vullen. Dit groeihormoon moet op dezelfde wijze werken als het natuurlijke, van de hypofyse afkomstige groeihormoon en moet dan ook in de bloedbaan terechtkomen. Dit kan niet gebeuren door het innemen van groeihormoon in tabletvorm, want maagzuur en darmsappen zouden het eiwit direct afbreken, waardoor groeihormoon zijn werking al verloren heeft voor het in de bloedsomloop is aangekomen. Daarom moet groeihormoon altijd in de vorm van een injectie – net als insuline bij mensen met diabetes – worden toegediend. Het wordt niet direct in de bloedbaan gespoten, maar onder de huid (subcutaan), waar het zich verspreidt en geleidelijk opgenomen wordt door de talloze daar aanwezige bloedvaatjes. Eenmaal opgenomen in het bloed komt het overal in het lichaam waar het nodig is.
De medicijnen en toedieningssystemen van Novo Nordisk
Voor het toedienen van groeihormoon heeft Novo Nordisk twee toedieningssystemen ontwikkeld: een duurzame injectiepen, NordiPen®, en een voorgevulde injectiepen, NordiFlex®.
NordiFlex® is een voorgevuld toedieningssysteem, Norditropin NordiFlex® genaamd. Het gebruik is eenvoudig: plaats een naaldje (NovoFine® 6 of 8 mm) op de pen, stel de juiste dosering in en druk op de knop. NordiFlex® is geheel klaar voor gebruik. De dosis is eenvoudig te corrigeren door de instelknop verder of terug te draaien zonder dat er groeihormoon verloren gaat. Mocht er minder dan de gewenste hoeveelheid groeihormoon aanwezig zijn in NordiFlex® dan blokkeert de instelknop automatisch. De pen heeft een ergonomische vormgeving en kan met één hand worden bediend. NordiFlex® is gemaakt van materiaal dat ons milieu niet belast. Bij verbranding blijven slechts kooldioxide en water over. Na gebruik kunt u NordiFlex® op de juiste wijze, zonder naald, weggooien. De NovoFine® naalden zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. U kunt ze na gebruik bewaren in een speciale naaldencontainer of bijvoorbeeld in een afsluitbare jampot. Deze kunt u als medisch afval inleveren bij bijv. uw apotheek. Gooi nooit een gebruikte naald los weg.
NordiPen® is een duurzaam toedieningssysteem, waarvoor speciale voorgevulde patronen met Norditropin® SimpleXx® bestaan. Zo’n patroon bevat een hoeveelheid groeihormoon die doorgaans voldoende is voor enkele weken behandeling. Naaldje erop, de juiste dosering instellen en de pen is klaar voor de dagelijkse injectie. Een lege patroon kan op eenvoudige wijze worden vervangen door een nieuwe. De patronen zijn geheel klaar voor gebruik. Indien u moeite heeft om het naaldje te zien en/of zelf in de huid te zetten, kunt u gebruikmaken van het hulpstuk de NordiPenMate®. Dit is een zogenaamd auto-injectiesysteem. Met dit hulpstuk is het naaldje verborgen en wordt het naaldje door een druk op de knop automatisch in de huid gebracht. Wanneer de naald in de huid zit, injecteert u het groeihormoon handmatig.
De patronen Norditropin® SimpleXx® en de voorgevulde toedieningssystemen Norditropin NordiFlex® dienen in hun originele verpakking in de koelkast bewaard te worden bij een temperatuur tussen +2º en +8ºC. Voorkomen moet worden dat het groeihormoon bevriest. Tijdens gebruik is NordiPen® 5 en 10 mg met respectievelijk de patronen 5 mg/1,5ml en 10 mg/1,5ml en NordiFlex® 5 mg/1,5ml en 10 mg/1,5ml gedurende 21 dagen buiten de koelkast houdbaar beneden de 25ºC.
Het naaldje dat u gebruikt, is zo kort en dun dat u praktisch niet merkt dat het om een injectie gaat. Om de injectie niet te vergeten, is het goed om deze routinematig op een vast tijdstip te geven, bijvoorbeeld na het tandenpoetsen.
De meest geschikte injectieplekken zijn het bovenste gedeelte van de benen (bovenste tweederde deel van de dijbenen) en de buik (behalve rond de navel). Om te voorkomen dat er veranderingen (harde plekken) in uw huid optreden, is het van belang om steeds op verschillende plekken te injecteren. Door steeds van injectieplek te wisselen, wordt bovendien de gelijkmatige opname van het groeihormoon bevorderd. Ontwikkel voor uzelf een systematiek om dit te bewerkstelligen.
Norditropin NordiFlex® en Norditropin® SimpleXx® zijn geregistreerd voor kinderen met vertraagde groei ten gevolge van groeihormoondeficiëntie, Syndroom van Turner, bij prepuberale kinderen met vertraagde groei ten gevolge van chronische nierinsufficiëntie en bij volwassenen met aangetoond groeihormoondeficiëntie.
|