|
Diagnose
Bij mensen met diabetes mellitus is de hoeveelheid glucose in het bloed te hoog. Dit kan op korte en lange termijn schadelijk zijn voor het lichaam. Het diagnosticeren (= vaststellen) van diabetes mellitus kan op verscheidene manieren.
Bloedtest
Door middel van een bloedtest (meestal een vingerprik) kan de bloedsuikerspiegel worden bepaald. Het is belangrijk zowel nuchter (´s morgens voordat men iets gegeten heeft) als ongeveer twee uur na de maaltijd de bloedglucosewaarde te meten.
Als de nuchtere waarde boven de 6 mmol/l, of de waarde na de maaltijd boven de 11 mmol/l komt, spreekt men van diabetes mellitus.
Naast bovenstaande methode voor het meten van de bloedglucosewaarde, kunnen bepaalde symptomen wijzen op diabetes. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen diabetes type 1 en type 2.
Symptomen diabetes type 1
Diabetes type 1 is meestal te herkennen aan klachten als vaak dorst hebben en veel plassen, afvallen zonder reden, vermoeidheid en algehele malaise. Daarnaast kunnen wazig zien en een continu hongergevoel wijzen op diabetes type 1. Een belangrijke graadmeter voor diabetes type 1 is tevens ketonen in de urine; men kan een acetongeur ruiken.
Symptomen diabetes type 2
De ziekteverschijnselen van diabetes type 2 ontstaan vaak meer geleidelijk. Mensen met diabetes type 2 hebben vaak soortgelijke klachten als mensen met diabetes type 1. Soms hebben zij last van wazig zien en verminderde weerstand tegen infecties. Meestal is het beloop zo sluipend, dat de ziekte langere tijd onopgemerkt blijft.
|