Onder bloedstolling verstaat men het vast-worden van vloeibaar bloed als een natuurlijk beschermingsmechanisme tegen bloedverlies. Het bloedstolsel dat zich vormt, is rijk aan zowel rode (erytrocyten) als witte bloedlichaampjes.
Het hele bloedstollingsproces noemt men ook wel hemostase. Voor een geslaagde hemostase moeten drie componenten samenwerken, te weten de wanden van de bloedvaten, de bloedplaatjes en de eiwitten in het bloed. Deze laatsten hebben zowel een stollende (stollingsfactoren, bijvoorbeeld factor VIII,factor IX) als een remmende (zoals bijvoorbeeld remmende antilichamen tegen factor VIII of IX) werking op de stolling.
Hoe gaat de normale hemostase in zijn werk?
Het bloedstollingsproces bestaat in feite uit twee fasen, ook wel primaire en secundaire hemostase genoemd. Beide systemen vloeien in elkaar over.
Verstoorde hemostase
Een verstoring van het natuurlijke evenwicht in het hemostatische systeem kan tot uitdrukking komen door een toename van het stollingsproces (hypercoagulabiliteit), of door een verhoogde bloedingsneiging (hypocoagulabiliteit).