Vragen rondom het gebruik van NovoFine® naalden
1. Welke onderdelen omvat een NovoFine® naaldverpakking?
In de NovoFine® naaldverpakking vindt u het volgende: De NovoFine® naald zelf, voorzien van een binnendop en een stevige plastic buitendop. Deze dubbele bescherming maakt de kans op ongewild prikken zo klein mogelijk.
2. Welke NovoFine® naalden zijn beschikbaar?
-
NovoFine® 32G Tip, dunste naald die verkrijgbaar is in Nederland, met een lengte van 6 millimeter, welke u kunt herkennen aan het lichtblauwe lipje aan de verpakking
- NovoFine® AutocoverTM 8 millimeter
- NovoFine® 6 millimeter, welke u kunt herkennen aan het donkerblauwe lipje aan de verpakking
- NovoFine® 8 millimeter, welke u kunt herkennen aan het gele lipje aan de verpakking
- NovoFine® 12 millimeter, welke u kunt herkennen aan het groene lipje aan de verpakking
3. Wat zijn de voordelen van NovoFine® naalden?
NovoFine® naalden zijn speciaal ontwikkeld voor gebruik met Novo Nordisk toedieningssystemen. Ze zijn zeer dun, kort en scherp ten einde injecties zo ongemerkt en comfortabel mogelijk te maken. Verder zijn de NovoFine® naalden als enige gemaakt volgens de ‘dunne wand’ techniek. Dit maakt een grotere binnendiameter mogelijk, waardoor er meer doorstroomruimte is en het injecteren gemakkelijker verloopt. De ‘voelbare’ buitendiameter blijft gelijk. Bovendien zijn NovoFine® naalden voorzien van een dun siliconenlaagje, waardoor u de naald nog minder voelt en huidirritatie minimaal is. Deze technische aspecten zorgen ervoor dat de meeste mensen een injectie als pijnloos ervaren.
4. Hoe plaats ik NovoFine® naalden op mijn toedieningssysteem?
U begint met het verwijderen van de papieren achterkant van de NovoFine buitendop. U ziet nu het uiteinde van de naald. Vervolgens plaatst u dit uiteinde recht boven uw toedieningssysteem. Zowel de NovoFine naald als het Novo Nordisk toedieningssysteem is voorzien van een schroefdraad. Zo kunt u de naald op uw toedieningssysteem schroeven.
5. Welke injectietechnieken kan ik gebruiken?
De keuze voor een injectietechniek maakt u met uw behandelaar. Er zijn twee technieken:
- De huidplooitechniek
De huidplooitechniek behoort met beide handen te worden uitgevoerd. Met de duim en twee vingers van één hand wordt een niet te smalle huidplooi opgenomen. Met de andere hand kan de naald in de huid worden geprikt en het pensysteem worden bediend. Als u de huidplooitechniek toepast, kunt u spuiten met de naald loodrecht ingebracht, of met de naald onder een schuine hoek van 45 graden.
- De loodrechttechniek
Bij de loodrechttechniek zonder opnemen van een huidplooi behoort de dikte van de vetlaag te worden bepaald. Tevens is de juiste lengte van de naald belangrijk.
6. Waar kan ik insuline injecteren?
Er zijn twee injectieplaatsen op het lichaam: de buik en de bovenbenen. De soort insuline bepaalt waar gespoten wordt:
- Kortwerkende insuline: wordt altijd in de buik gespoten.
- Gemengde insuline: wordt ’s ochtends in de buik, en ’s avonds in de bovenbenen gespoten
- Langwerkende insuline: wordt altijd in de bovenbenen gespoten.
Bespreek met uw behandelaar welke plaats voor u het meest geschikt is. U kunt in de buik tot aan de ribbenboog injecteren. Vermijd de huid rond de navel en aan de zijkant van de buik. Alleen als de huid erg vuil is, dient u de injectieplaats te desinfecteren. Door elke dag op een andere plek op buik of bovenbeen te injecteren, voorkomt u de vorming van kleine littekens. Uw behandelaar kan u daartoe een rotatieschema geven. Mocht een injectieplaats geïnfecteerd raken, injecteer dan de volgende keren op een andere plaats, en laat de geïnfecteerde huid 6-12 maanden met rust.
7. Hoe snel moet ik mijn insuline injecteren?
Het is belangrijk dat u rustig de tijd neemt om uw insuline te injecteren. Injecteer niet sneller dan 8 eenheden per seconde. Dus bij een dosis van 40 eenheden heeft u 5 seconden nodig om de toedieningsknop volledig in te drukken.
8. Wat moet ik doen als er na het toedienen nog een straaltje insuline uit de naald komt?
U heeft waarschijnlijk te snel de naald uit uw huid gehaald. Laat de naald na de injectie minimaal 6 seconden in de huid zitten.
9. Mag ik tijdens het toedienen van insuline de toedieningsknop even loslaten?
Ja, het is geen enkel probleem om tijdens het toedienen de toedieningsknop even los te laten, en even later weer verder te gaan.
10. Hoe vaak kan ik een NovoFine® naald gebruiken?
NovoFine® naalden zijn bedoeld voor éénmalig gebruik. Zo heeft u voor iedere injectie een schone, scherpe naald, die uw huid minimaal belast. Een gebruikte naald kan bot worden en huidirritatie opleveren.
11. Ik heb moeite om de naald van mijn toedieningssysteem te verwijderen, wat kan ik doen?
Als het u moeite kost om een naald te verwijderen, of als u regelmatig voor anderen een naald verwijdert, kunt u bij Novo Nordisk kosteloos een NovoFine® naaldverwijderaar aanvragen.
12. Welke dop moet ik na gebruik op de naald plaatsen?
Na het injecteren plaatst u de plastic buitendop terug op de naald. Nu kunt u de naald veilig verwijderen, zonder risico te lopen op een prikincident.
13. Hoe gooi ik gebruikte NovoFine® naalden weg?
Gooi uw naalden gescheiden weg. U kunt ze bewaren in een speciale naaldencontainer of bijvoorbeeld in een afsluitbare jampot. Deze kunt u als medisch afval inleveren bij bijv. uw apotheek. Gooi nooit een gebruikte naald los weg.
|